Leuk dat je komt kijken naar de tips & trips van deze week. Deze week geven we een aantal tips om te springen als je slecht zien bent. Ook geven we tips over hoe de gymles gelijk is voor iedereen en geven we tips over hoe je meer leert over je sportbrein.

Zo spring je in de gymles als je blind bent
Als je slechtziend bent kun je misschien het idee krijgen dat je niet mee kunt doen met de gymles. Met wat simpele tips kan jouw gymdocent de les voor jou ook uitdagend maken. Voor je weet spring je net als je klasgenoten op een trampoline.
Klimtouwen als hulp
Heb jij wel eens op een mini-trampoline gesprongen? Misschien durf je dat door je beperkte zicht niet, omdat je bang bent eraf te vallen. Maar wat als je je kunt vasthouden aan de klimtouwen erin? Dan wordt het toch in eens veel makkelijker om te oefenen. Je oefent daarmee je balans en door ritmisch te springen, kun je de techniek van het springen inslijpen.
Gidslijnen
Hoe vind je dan je weg naar de trampoline, denk jij nu? Je gymleraar kan gidslijnen aanbrengen met touwtjes en vooraf zeggen hoeveel stappen je moet zetten om bij de trampoline te komen. In het touw kan hij dan een dikke knoop maken, zodat je weet waar je je handen moet houden. Handig toch?
Voelen
Met een circuitje kun jij op dezelfde manier meedoen als je gymdocent gidslijnen uitzet die jij kunt volgen van het ene naar het andere onderdeel. Belangrijk is dat je eerst de kans krijgt om een ronde te maken zonder opdracht, want dan kun jij precies voelen hoe hoog de toestellen staan.

Zo maak je een gelijke gymles voor iedereen
Niemand is hetzelfde en dat zie je waarschijnlijk bij jou in de klas ook. Dat betekent niet dat de gymles ook voor iedereen hetzelfde hoeft te zijn. Gym is juist het ideale uurtje waarin jij ook in beweging kan komen. Met een paar aanpassingen of leuke spelletjes kun jij ook gewoon meedoen!
De kans is groot dat jij in een klas zit met grote verschillen. Misschien zit jij wel in een rolstoel terwijl veel andere kinderen niks hebben. Wat jouw niveau ook is: jij kunt altijd meedoen. Maar hoe dan? We geven een paar creatieve voorbeelden:
Lager net bij volleybal
Volleybal is waarschijnlijk zo’n sport waarbij jij denkt dat je aan de kant moet blijven. Maar heb je wel eens voorgesteld om het net te verlagen en van staand naar zittend volleybal te gaan. Dan is de uitdaging voor iedereen gelijk!
Alternatief parcours
Een parcours of apenkooien is leuk omdat de hele gymzaal gebruikt kan worden. Vraag jouw gymdocent in zo’n geval om een alternatieve route waar jij met je rolstoel makkelijk over heen kunt rollen. Of als je bijvoorbeeld een arm mist dat je minder hoeft te klimmen en te klauteren.
Tikspelletje met rusthonk
Ben jij wat minder snel dan de rest van je klas? Dan kan bij een tikspelletje een rusthonk een uitkomst zijn voor jou. Hier ben jij even veilig om rustig op adem te komen. Als jij er weer klaar voor bent dan rol of ren je weer het veld in en kun je met nieuwe energie zorgen dat jij niet wordt getikt.
Rolstoel duwen
Bij hockey of andere balsporten kun je een tweetal vormen met een klasgenoot die jou kan duwen. Dan hou jij bijvoorbeeld de hockeystick vast en kunnen jullie samen scoren! Dan laat jij gelijk zien dat je ook echt wel wat kan.
5. Gewoon uitproberen
De belangrijkste tip is misschien wel dat je vooral met je gymdocent dingen moet uitproberen om de les een beetje aan te passen. Zo hoef je niet altijd maar aan de kant te blijven en wordt gym voor jou ook leuk!

Boektip: leer meer over je sportbrein
Bij sport gaat het vaak over het trainen van je spieren. Maar heb je ook wel eens aan je brein gedacht? Bij sport heb je namelijk ook je hersenen nodig om je lichaam aan te sturen. Als je wil presteren in jouw sport is het helemaal belangrijk om je hoofd goed op orde te hebben. Als je meer wil weten over hoe je dat sportbrein kan ontwikkelen, dan is het boek Sportbrein van de sportpsychologen Eva Maenhout en Kris Perquy echt een aanrader!
Sportpsychologen Eva en Kris hebben al tien jaar ervaring met het begeleiden van topsporters. Ze zijn in hun werk allerlei mythes tegengekomen, zoals dat sporters in een wedstrijd van de eerste tot de laatste minuut honderd procent focus moeten hebben. In hun boek beschrijven de mental coaches wat de optimale focus is en hoe je dat bereikt.
Leren van topsporters
De twee auteurs van het boek begeleiden dan wel vooral topsporters, maar ook als je op een lager niveau sport kun je echt wat hebben aan dit boek. Zelfs als je nog niet sport dan kun je wat van het boek leren. “Topsporters zijn ook maar gewone mensen”, zoals de auteurs schrijven. Topsporters hebben namelijk ook wel eens geen zin om te trainen of hebben last van negatieve gedachten tijdens het sporten. In het boek geven de sportpscychologen daar ook tips bij om behalve aan je focus ook te werken aan je zelfvertrouwen.
Door het boek Het Sportbrein kom je meer over jezelf te weten, want het boek neemt je op excursie door je eigen brein!